Rechter: Flock ALPR-zoekopdracht kan bevel vereisen
Een federale rechter in Oklahoma heeft in een zaak over handel in methamfetamine bewijs terzijde geschoven dat was verzameld met Flock-camera's voor automatische kentekenherkenning (ALPR). Volgens juridische experts is de beslissing tot nu toe het duidelijkste voorbeeld van hoe de uitspraak van het Supreme Court van juni over geofencing, bekend als Chatrie, geschillen over digitaal bewijs een nieuwe wending geeft.
Rechter Sara Hill oordeelde op 1 oktober dat een hulpsheriff ten onrechte op Flock-gegevens had vertrouwd om een zaak tegen Melisa Kyle op te bouwen. Volgens experts is het een van de eerste keren dat een federale rechter vaststelt dat politiezoekopdrachten in historische ALPR-gegevens in strijd kunnen zijn met het Vierde Amendement, het deel van de Amerikaanse Grondwet dat burgers beschermt tegen onredelijke huiszoekingen en inbeslagnames.
De uitspraak is geen bindend precedent. Wel breekt ze met een lange reeks rechterlijke beslissingen waarin werd geoordeeld dat ALPR-zoekopdrachten zonder bevel toelaatbaar zijn, omdat de camera's niet elke beweging van een persoon minuut voor minuut volgen.
Van verkeerscontrole tot een maand aan reisgeschiedenis
In mei 2026 zag hulpsheriff Freddie Alaniz van Tulsa County de auto van Kyle van rijstrook wisselen zonder richting aan te geven. Omdat het voertuig een kenteken uit Californie had, doorzocht hij de nationale database van Flock en ontdekte dat Kyle de maand daarvoor veel had gereisd.
Vervolgens hield hij haar staande, voerde hij nog meer zoekopdrachten in Flock uit en ondervroeg hij haar over haar verplaatsingen aan de hand van de camerawaarnemingen. Bij doorzoeking van de auto werd een grote hoeveelheid methamfetamine aangetroffen.
Volgens de uitspraak van Hill vond de hulpsheriff in korte tijd 50 afzonderlijke waarnemingen van Kyles auto in meerdere staten, verspreid over ongeveer een maand. Hill noemde dit een "ongrondwettige doorzoeking zonder bevel" en een voorbeeld van "willekeurige massasurveillance". Omdat de zoekopdracht in Flock zonder gegronde verdenking was uitgevoerd, werd het in het voertuig gevonden bewijs ontoelaatbaar verklaard.
Hill schreef dat ALPR-zoekopdrachten "niet gericht zijn op een enkel individu". Het systeem "verzamelt in plaats daarvan op elk moment informatie over alle voertuigen die langs een camera in het netwerk rijden, en levert die informatie op verzoek aan de politie".
Ze erkende dat Flock-camera's locaties minder nauwkeurig vastleggen dan mobiele telefoons. Toch omschreef ze de verzameling van ALPR-gegevens als "voortdurende surveillance met een sleepnet".
Waarom Chatrie hier telt
In Chatrie v. United States oordeelde een meerderheid van de rechters van het Supreme Court dat politiezoekopdrachten in historische locatiegegevens van mobiele telefoons die bij techbedrijven liggen, worden begrensd door het Vierde Amendement. De zaak draaide om geofence-verzoeken, waarbij de politie zonder verdachte techbedrijven vraagt om de locatiegeschiedenis van iedereen die zich in de buurt van een plaats delict bevond.
Voor Chatrie had het hof zich sinds 2018 niet meer uitgesproken over moderne politietechnologie en het Vierde Amendement. In die zaak, Carpenter v. United States, oordeelden de rechters dat de politie een bevel nodig heeft om met locatiegegevens van zendmasten een specifieke verdachte te volgen.
Hill verwees herhaaldelijk naar Chatrie. Rechtbanken oordelen al lang dat automobilisten op de openbare weg geen redelijke verwachting van privacy hebben, maar dat argument wees zij af voor langdurig volgen. "Ook mobiele telefoons bewegen zich op openbare plaatsen waar mensen je gewoon kunnen zien", aldus haar uitspraak. ALPR's worden volgens haar "grondwettelijk problematisch" wanneer de politie "willekeurig en passief over een langere periode kan vastleggen waar je bent, en die informatie vervolgens voor elk doel kan gebruiken wanneer het uitkomt".
Andrew Ferguson, hoogleraar aan George Washington Law School, noemde de zaak "een direct gevolg van Chatrie". Volgens hem "koos Hill ervoor ALPR's te zien als een volgsysteem dat al iemands bewegingen kan vastleggen, en niet als een veredelde camera die cijfers en letters opvangt". Ferguson voegde eraan toe dat het de eerste keer is dat een rechtbank stelt dat ALPR-zoekopdrachten in sommige gevallen een bevel vereisen.
Chatrie duikt inmiddels ook bij andere rechtbanken op. In augustus haalde een federale rechter in Mississippi de uitspraak aan toen hij oordeelde dat zendmastdumps ongrondwettige algemene bevelschriften zijn.
Flock verzet zich
Robert Frommer van het Institute for Justice zei dat de Chatrie-criteria "naadloos" op ALPR's passen en verwacht dat de beslissing uit Oklahoma "de eerste van vele" zal zijn. Zijn organisatie procedeert tegen Norfolk, Virginia, over zoekopdrachten in Flock. De rechter in die zaak oordeelde dat ALPR's niet voldoen aan de maatstaf van "al iemands bewegingen", en de zaak ligt nu in hoger beroep.
Sidney Thaxter van de National Association of Criminal Defense Lawyers zei dat ALPR-netwerken "de politie in staat stellen om met een paar drukken op de knop achteraf na te gaan waar we zijn geweest". Tom Bowman van het Center for Democracy and Technology stelde dat het "verdienmodel van ALPR precies is gebouwd op het soort terugwerkend volgen waarvoor volgens het Supreme Court een bevel nodig is".
Een woordvoerder van Flock zei dat de uitspraak "ingaat tegen het overweldigende gewicht van eerdere uitspraken in vergelijkbare zaken in het hele land" en dat het bedrijf verwacht dat er "beroep tegen wordt ingesteld en dat ze uiteindelijk wordt vernietigd". Het bedrijf benadrukte dat de beslissing beperkt is tot de feiten van deze zaak en geen invloed heeft op het verdere gebruik van de technologie door diensten. De autoriteiten in Oklahoma hebben nog niet gezegd of ze in beroep gaan.
Waarom dit ertoe doet
Voor lezers met belangstelling voor privacy en beveiliging zit de kern in de manier waarop Hill de technologie beschreef. Ze behandelde Flock als een doorzoekbare volgdatabase, niet als een verzameling camera's langs de weg. Dat wijst erop dat rechtbanken surveillancemiddelen mogelijk gaan beoordelen op de gegevens die ze in de loop van de tijd opstapelen, in plaats van op wat een enkele sensor op een bepaald moment vastlegt.
De uitspraak past in een bredere verschuiving. Chatrie is al ingezet tegen zendmastdumps, en ook wetgevers kijken naar de camera's: er liggen inmiddels partijoverstijgende ALPR-wetsvoorstellen op tafel. Als meer rechters Hill volgen, kan een bevelplicht langdurige ALPR-zoekopdrachten voor de politie een stuk minder bruikbaar maken, zo merkten experts op.
Het is te vroeg om van een keerpunt te spreken. De beslissing is niet bindend, andere rechtbanken hebben anders geoordeeld en beroep is mogelijk. Het is de moeite waard om te volgen hoe het hoger beroep in Norfolk afloopt en of een hogere rechter zich rechtstreeks over ALPR-zoekopdrachten gaat buigen.
